Erfdienstbaarheden

Informatie

In deze cursus zoomen we in op de eeuwenoude maar onverminderd actuele rechtsfiguur erfdienstbaarheid. We bespreken op welke wijzen een erfdienstbaarheid kan ontstaan: door vestiging en door verjaring. We gaan onder meer in op de vraag welke verplichtingen tot inhoud van een erfdienstbaarheid kunnen worden gemaakt. Daarna behandelen we hoe een erfdienstbaarheid door verjaring kan ontstaan en welke erfdienstbaarheden zich lenen voor ontstaan door verjaring. Ook de notariële verklaring van verjaring komt aan de orde. Ter afsluiting besteden we aandacht aan de vraag hoe de erfdienstbaarheid zich verhoudt tot de kwalitatieve verplichting en het kettingbeding.

Leerdoelen

Na het volgen van deze cursus:

  • kunt u de in de praktijk voorkomende erfdienstbaarheden benoemen;
  • kunt u de toepassingsmogelijkheden van de erfdienstbaarheid beschrijven;
  • kunt u uitleggen waarin deze rechtsfiguur zich onderscheidt van (meer of minder) verwante rechtsfiguren als de kwalitatieve verplichting en het kettingbeding;
  • kunt u relevante jurisprudentie over deze rechtsfiguur toepassen;
  • kunt u uitleggen hoe een erfdienstbaarheid door verjaring kan ontstaan;
  • kunt u de voetangels en klemmen benoemen bij het opstellen van een verklaring van verjaring;
  • kunt u de omvang van uw rechercheplicht beter overzien, zoals u opgelegd in art. 11 Verordening beroeps- en gedragsregels.

Auteur

  • mr. dr. J.A.J. Peter

    Jacqueline Peter doceert Burgerlijk recht aan de universiteit Leiden. Voorheen was zij onder meer werkzaam als advocaat te Den Haag en juridisch adviseur bij het Notarieel Juridisch Bureau van de KNB.