Inleiding goederenrecht: voorrang en verhaal

Informatie

Indien nakoming door een schuldenaar uitblijft, kunnen diens schuldeisers hun vorderingen verhalen op alle goederen van de schuldenaar, aldus art. 3:276 BW. Het uitgangspunt daarbij is dat alle schuldeisers gelijk zijn.

Op dat uitgangspunt bestaan echter vele uitzonderingen. Schuldeisers die verzekerd willen zijn van een sterkere positie dan de overige schuldeisers, kunnen zich met zekerheidsrechten een voorrangspositie hebben verschaft. Andere kunnen mogelijk profiteren van bijzondere voorrechten die de wet hun verleent. De verschillende zekerheden en voorrechten staan in een rangvolgorde ten opzichte van elkaar.

 

Deze cursus is erop gericht de kennis over zekerheden en voorrechten en de rang die zij ten opzichte van elkaar nemen ‘op te frissen’.

Daartoe besteden we allereerst aandacht aan de hoofdlijnen van het verhaalsrecht en de ‘gelijkheid van schuldeisers’, de paritas creditorum.

Vervolgens komen de mogelijkheden aan de orde die een schuldeiser heeft om met voorrang verhaal te kunnen nemen op goederen van zijn schuldenaar met pand en hypotheek.

De (belangrijkste) wettelijke ‘voorrechten’, het retentierecht en de Vormerkung worden steeds besproken aan de hand van voorbeelden waarin deze botsen met het recht van pand en hypotheek.

Een uitzondering op de hoofdregel dat schuldenaren hun vorderingen kunnen verhalen op goederen van de schuldenaar, is dat zij in een enkel geval verhaal kunnen nemen op goederen die niet van de schuldenaar zijn. Met enkele van die uitzonderingen wordt de cursus afgesloten.

Leerdoelen

Na het volgen van deze cursus kunt u:

  • uw weg te vinden in het leerstuk van voorrang en verhaal;
  • het begrip ‘paritas creditorum’ uitleggen;
  • aangeven op welke wijze een schuldeiser kan zorgen dat hij voorrang kan nemen met de vestiging van zekerheidsrechten.
  • uitleggen hoe u te werk kunt gaan wanneer u de rangorde van schuldeisers moet bepalen;
  • verschillende cases oplossen waarin het pandrecht botst met een ander pandrecht, een retentierecht of een wettelijk voorrecht (wegens bijvoorbeeld kosten tot behoud);
  • cases oplossen waarin het hypotheekrecht botst met voorrechten (zoals die wegens bearbeiding, of waarin een schuldeiser met een recht op levering uit hoofde van een Vormerkung een rol speelt).

Auteur

  • mr. dr. R. Koolhoven

    Rosalie Koolhoven (1978) studeerde Internationaal en Europees recht in Nijmegen en Coimbra, Portugal. Ze liep stage bij het Hof van Justitie EU in Luxemburg. Na gewerkt te hebben in het notariaat in Amsterdam en in Frankrijk, werd ze in Osnabrück, Duitsland docent en wetenschappelijk medewerker aan het ‘Draft Common Frame of Reference’. In januari 2011 volgde een promotie, summa cum laude, bij Prof. Dr. Dr. h.c. mult. Chr. von Bar aan de Universität Osnabrück op de titel ‘Niederländisches Bereicherungsrecht’. 
    Sinds mei 2010 is Rosalie Koolhoven werkzaam aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eerst als universitair docent bij de sectie Privaatrecht en Notarieel recht en sinds 2016 bij de sectie IT-recht waar ze zich specialiseerde in tussenpersonen. Als auteur voor de Groene Serie Verbintenissenrecht verdiept ze zich in extracontractuele verbintenissen. Voor onder andere NTBR, NIPR, RM Themis, Public Mission en de Staatscourant verzorgde ze (wetenschappelijke) artikelen en columns.